Waar je cloud staat maakt meer verschil dan je dacht

Mon, 2016-02-29 13:47 -- Martijn ten Kate

De Europese Commissie zette eind vorig jaar een streep door Safe Harbour. De onduidelijke situatie die dat oplevert, roept niet alleen vragen op over data privacy, maar maakt ook duidelijk hoe belangrijk de plaats waar data worden opgeslagen kan zijn. Wellicht is dit een goede aanleiding eens te kijken waar de gegevens van je eigen organisatie precies uithangen, en wie daar precies zijn handen over laat gaan.

Veel bedrijven kijken naar ‘De Cloud’ als het wondermiddel waarmee bedrijven ‘agile’ worden, kosten besparen en zich voorbereiden op alle snelle veranderingen die de technologie ons brengt. Maar dat wonder heeft een prijs, en het is niet altijd eenvoudig te overzien hoe hoog die prijs zal zijn.

 

‘De Cloud’ bestaat niet
Laten we eerst even vaststellen dat ‘De Cloud’ niet bestaat. Tal van providers leveren diensten die op het oog vergelijkbaar zijn, maar die vaak sterk verschillen in uitvoering, schaal en uiteindelijk geleverde services. Te makkelijk wordt gedacht dat een stap naar de cloud een keuze betekent voor een beperkt aantal grote Amerikaanse providers, omdat die verreweg de grootste schaalvoordelen lijken te bieden. Ze bouwen reusachtige rekencentra op zo min mogelijk locaties verspreid over de wereld, waarmee ze via het openbare internet zo veel mogelijk mensen tegelijk bedienen. Dat hoeft bepaald niet altijd de meest aantrekkelijke oplossing te zijn.

 

Eerste probleem: Als je data in handen zijn van een bedrijf dat is gevestigd in een ander land, dan gelden gewoonlijk de wetten van dat andere land.

Als de server of de cloud-dienst die je afneemt eigendom is van een bedrijf dat gevestigd is in een ander land dan het jouwe, dan zijn jouw data, behalve aan de wetten van je eigen land, ook onderworpen aan die van dat andere rechtsgebied. Verdiep je dus in die wetten, en neem dat mee in je keuze voor een provider.

De grote Amerikaanse providers doen hun best om Europese bedrijven ervan te overtuigen dat hun data bij hen veilig is. Wat je dan vaak leest is zinnetjes als “we zullen uw data nooit uit handen geven (tenzij de wet ons daartoe dwingt)”. Maar daar gaat het nou juist om: verschillende bedrijven in verschillende rechtsgebieden hebben verschillende bevoegdheden als het om je data gaat, en het is niet altijd even duidelijk welke wetten en rechten precies worden toegepast.

Tweede probleem: Als je data verder bij je gebruikers vandaan gaan, heeft dat fysieke gevolgen.

Als je grootzakelijke IT-systemen beheert, dan ben je waarschijnlijk jaren bezig geweest een IT-infrastructuur op te bouwen, waarvoor je een architectuur hebt ontwikkeld die geoptimaliseerd is voor je klantengroep. Je oplossing draait gewoonlijk zo dicht mogelijk bij je klant.

Maar de grootschalige cloudproviders hebben een businessmodel dat ervan uitgaat dat individuele markten binnen continenten prima bediend kunnen worden vanuit een of twee mega-datacentra, en dat een paar caching nodes of andere technische oplossingen genoeg zijn om een prima service te bieden. De realiteit is simpelweg dat hoe verder je bij een server vandaan gaat, hoe hoger de latency wordt en hoe lager de prestaties. Dat heeft weinig te maken met extra technologie die je daar bovenop legt – de beste prestaties haal je simpelweg met servers die dicht bij je gebruikers staan, net als de oplossingen die je daar zelf in de loop der jaren voor hebt ontwikkeld.

Als je eraan gewend bent dat je data dicht bij je gebruikers staan, en je stapt over naar ‘De Cloud’, dan kun je er zomaar achter komen dat je je architectuur opnieuw moet opbouwen en uitrollen vanwege verschillen tussen technologie binnenshuis en in ‘De Cloud’, waardoor je ook nog eens voor extra uitgaven komt te staan. Dan kom je er ook achter dat een verbinding via het openbare internet niet altijd de kwaliteit en de snelheid biedt die je nodig hebt, waardoor je extra netwerkdiensten moet gaan afnemen om bedrijfskritische applicaties op een goede manier te laten presteren.

Derde probleem: Een grotere afstand van klanten tot de server is niet goed voor de gebruikservaring.

In een recente discussie over Digitale Transformatie (ExpertsOn Digital Transformation, Hoofddorp, 9 februari) werd opnieuw duidelijk dat in deze nieuwe digitale wereld niet alleen data belangrijk zijn, maar vooral ook de gebruikservaring. Nu iedereen altijd en overal internettoegang heeft via allerlei mobiele apparaten, zijn we steeds gevoeliger geworden voor iedere hapering. Of we nou video streamen, business apps gebruiken of simpelweg websites bekijken: gebruikers zijn gewend geraakt aan razendsnelle delivery in hun privéleven, en ze verwachten minstens hetzelfde in een zakelijke omgeving.

De wereld verandert snel. Internetverbindingen worden weliswaar steeds sneller, maar de eisen die gebruikers stellen veranderen ook. Ze verwachten niet zomaar een website, ze willen ‘hun’ website zien, met op maat gesneden inhoud. Big data en aanverwante technologieën geven bedrijven steeds meer inzicht in hun klanten, waardoor Harry in Den Haag verwacht dat hij, als hij inlogt, informatie te zien krijgt die voor hem relevant is, in plaats van een generieke webpagina met algemene informatie. Maar dan wel graag net zo snel als ‘vroegâh’.

De snelheid waarmee je zo’n request kunt uitserveren heeft niet eens zo zeer een technische, maar vooral een fysieke beperking: de snelheid van het licht door glasvezels. Dat is de maximale snelheid waarop het internet en alle digitale netwerken opereren. We hebben allemaal wel eens een Skype call gehad met iemand aan de andere kant van de wereld – je weet hoe traag dat kan zijn. En dat is dan nog maar een van de vele transacties waar we mee te maken hebben. Als je een website bezoekt of een business app gebruikt, gaan er tegenwoordig tientallen zo niet honderden transacties tegelijkertijd het web over, voor ieder stukje content dat aangevraagd, verwerkt en geleverd moet worden – en hoe groter de afstand tot de server, hoe langer het duurt voor al die informatie binnen is en hoe trager de gebruikservaring zal zijn.

Locatie, locatie, locatie

Als je accepteert dat er niet één Cloud is, begrijp je ook dat je op een andere manier naar je eigen digitale benadering en naar diverse cloud-technologieën kunt kijken. Er is niet één oplossing die optimaal is voor iedere applicatie, en er is ook niet één leverancier die geschikt is voor iedere klant.

Bij Interoute hebben we 13 jaar ervaring als beheerder van een groot deel van de glasvezel backbone infrastructuur in Europa. We hebben 10 jaar als leverancier van managed hosting services aan internationale ondernemingen. We hebben inmiddels een heel aardig beeld van hoe en waar data zich verspreiden. Bovendien hebben we een uitstekend beeld van de eisen die internationale ondernemingen en grote online retailers aan hun data stellen.

Vanuit die ervaring raden wij aan cloud-oplossingen te zoeken die dicht bij je staan – in figuurlijke zin, door oplossingen te kiezen die zo min mogelijk aanpassingen vereisen op je bestaande architectuur, maar ook letterlijk, om je te verzekeren van de meest optimale fysieke verbinding en de minste potentiële problemen met data die onderweg landsgrenzen overschrijden. De cloud is prachtig, maar het idee dat locatie in de cloud niet relevant meer is, kunnen we maar beter zo snel mogelijk loslaten.